Radboud Universiteit Nijmegen

Vakgroep Gedragswetenschappen

De satelliet Nijmegen onderzoekt voor TalentenKracht de relatie tussen taalontwikkeling en de ontwikkeling van rekenkundig, ruimtelijk en logisch redeneren bij jonge kinderen. De onderzoekers voeren twee studies uit: een naar interacties, de tweede naar de representatie van taal en rekenen in het brein.

Het eerste onderzoek richt zich op de rol van taal in de interactie tussen kinderen en leraren. De onderzoekers hebben als uitgangspunt dat inzichten op het terrein van wetenschap en techniek meestal tot stand komen via opeenvolgende cycli van: handelen – waarnemen – expressie – reflectie. De vraag is welke rol taal speelt bij het tot stand komen van die inzichten. De onderzoekers volgen voor deze studie drie groepen kinderen: van huis uit Nederlandstalige kinderen, kinderen die thuis een andere taal dan het Nederlands spreken en kinderen van wie de ontwikkeling van het taalsysteem ernstig verstoord is. Uit deze studie komt onder andere naar voren dat kinderen met goed ontwikkelde telvaardigheden vaak ook goede grammaticale vaardigheden laten zien. Taalzwakke kinderen daarentegen vinden het niet alleen moeilijker om iets uit te leggen, maar hebben ook meer moeite met bèta-taakjes, zoals het nabouwen van een toren.

Het andere onderzoek is meer gericht op cijferen en de formele aspecten van bètavaardigheden. Hierbij staat de vraag centraal in hoeverre het taalsysteem betrokken is bij de neurocognitieve opslag van kennis en inzichten op bètagebied. Dit moet een beeld opleveren van de mogelijkheden van kinderen op het gebied van expressie en reflectie op het moment dat zij met bèta-activiteiten bezig zijn. De onderzoekers willen komen tot een ontwikkelingsmodel dat de effecten op de hersenen laat zien wanneer kinderen hun rekenvaardigheden ontwikkelen, in combinatie met aandachtsprocessen.

De satelliet Nijmegen is betrokken bij TalentenKracht sinds 1 april 2008.

 

 

Uitvoering:
Tijs Kleemans, MSc.
prof. dr. Klaas Landsman
dr. Eliane Segers


Coördinatie:

prof. dr. Ludo Verhoeven