Achtergrond

De initiatiefnemers van TalentenKracht zijn de logicus Johan van Benthem, natuurkundige Robbert Dijkgraaf en wiskundige Jan de Lange. Zij zagen, net als vele andere ouders, dat jonge kinderen vaak ongelofelijke dingen doen en zeggen. Dingen die zijn te omschrijven als bètavaardigheden: vaardigheden op het gebied van de exacte vakken. Kinderen tussen de drie en zes jaar oud sprankelen en zijn leergierig: ze willen alles weten over dingen als de zon, maan en sterren, onweer, vulkanen, dinosauriërs en astronauten. Ze stellen vragen, proberen dingen uit en bedenken verklaringen voor wat ze zien en beleven. Hoe vliegen vliegtuigen, drijven boten en rijden auto’s? Hoe bouw je een sterke dijk of een stevige brug? Waarom loopt je schaduw met je mee?

Maar vaak lijkt het of deze interesses verdwijnen of op de achtergrond raken wanneer kinderen ouder worden. Het is alsof bepaalde talenten zich niet verder ontwikkelen. Ons schoolsysteem lijkt zich meer bezig te houden met kennisoverdracht dan met vaardigheden als onderzoeken, vragen stellen en experimenteren. ‘Verleren’ we kinderen dingen waarvan we later willen dat ze die weer aanleren?

Al snel bleken verschillende wetenschappers zich te herkennen in deze observaties en ideeën en werd het project TalentenKracht in het leven geroepen. Uitgangspunt voor dit onderzoeksproject was dat er een samenwerking tot stand zou komen tussen wetenschappers met verschillende achtergronden. Wetenschappelijk gezien is er namelijk maar weinig bekend over de talenten van jonge kinderen, vooral op het gebied dat we bèta noemen (wiskunde, natuurwetenschappen, techniek en logica). Op het gebied van taal en rekenen, en in sommige landen ‘science’, is al meer onderzoek gedaan naar de vroege ontwikkeling. Maar vaak kijkt dat onderzoek naar wat volwassenen vinden dat kinderen later op school moeten leren. Maar kinderen denken niet binnen kaders en hun vragen gaan over alles wat zij tegenkomen. Daarom is het van essentieel belang om met zo veel mogelijk verschillende disciplines en op een innovatieve en sprankelende manier het project vorm te geven.

De onderzoekers van TalentenKracht benaderen het exacte ‘vakgebied’ zo breed mogelijk, waarbij steeds het kind centraal staat. De bedoeling is om zo de talenten die kinderen laten zien in kaart te brengen. Waarbij ‘talent’ niet staat voor ‘excellent’, maar meer voor ‘competent’. Het staat voor iets dat ieder kind in meer of mindere mate heeft: nieuwsgierigheid, de wil om een oplossing te vinden, het zoeken naar een optimale strategie. En het sprankelende enthousiasme dat kinderen laten zien.

Het onderzoek van TalentenKracht richt zich dan ook niet op ‘weetjes’, maar op redeneerwijzen. Welke talenten vertonen kinderen in de leeftijd van 3-5 jaar op gebieden als logisch nadenken, redeneren, probleemoplossen en ruimtelijk inzicht? Het gaat dan nadrukkelijk niet om bollebozen, maar om alle kinderen. Ook kinderen met een auditieve of visuele beperking en kinderen met ontwikkelingsstoornissen zijn in het onderzoek betrokken.

Historie
In 2006 is een pilot-project TalentenKracht uitgevoerd, in opdracht van en gefinancierd door het Ministerie van OCW en het Platform Bèta Techniek. Dit is in 2007 voortgezet. Tijdens deze twee jaar zijn de eerste verkennende stappen gezet, als voorbereiding van een langjarig onderzoek. De resultaten uit de eerste twee jaar gaven voldoende aanleiding om de vermoedens van TalentenKracht te bevestigen. Om die reden is per 1 januari 2008 een ondersteuning toegezegd door de genoemde partijen voor een onderzoekstraject gedurende de jaren 2008, 2009 en 2010. In de woorden van de minister zijn deze drie jaar bedoeld als pondering time: een periode om zorgvuldig en relatief vrij onderzoek te kunnen doen zonder te veel gebonden te zijn aan bepaalde opbrengsten. Deze tijd kan als basis dienen voor een vervolgtraject van ten minste tien tot vijftien jaar.