Ontwikkeling van bčtatalent

Hoe ontwikkelt bètatalent zich en hoe ontstaat de belangstelling voor Wetenschap en Techniek? Op deze onderzoeksvraag richtte de Vrije Universiteit Amsterdam zich in de periode 2008-2011. In 2012-2016 richt de VU zich vooral op toegepast onderzoek in praktijksituaties.

Periode 2008-2011
De Vrije Universiteit (VU) voerde verschillende deelprojecten uit. Deze richtten zich op:
• de cognitieve vaardigheden die het kind in de loop van de tijd ontwikkelt
• de beleving van het kind
• de natuurlijke nieuwsgierigheid van het kind.
De deelprojecten hebben duidelijk gemaakt dat het zinvol is om vanuit deze drie invalshoeken naar de ontwikkeling van bètatalent te kijken.

De VU vertaalde ‘vaardigheden’, ‘beleving’ en ‘nieuwsgierigheid’ naar de dagelijkse praktijk. Dit leverde de volgende concrete producten op:
• De interactieve tentoonstelling BREINPLEIN, waarin kinderen worden uitgedaagd om te ontdekken, logisch te redenen en complexe visuele en ruimtelijke problemen op te lossen.
• Interventie voor het trainen van metacognitieve functies bij jonge kinderen (vanaf 6 jaar).
• Interventieprogramma voor automatisering van rekenfeiten (voor leerkrachten).
• Interventies voor psycho-educatie en continuous education (voor leerkrachten).
• Interventies voor psycho-educatie (voor ouders).
• Instrumenten om talenten te meten.
• Instrumenten om de voorwaarden voor talentontwikkeling te meten.

Periode 2012-2016: toegepast onderzoek naar leermateriaal en lesmethoden
Nadruk ligt op het thema ‘voorwaarden voor talentontwikkeling op het gebied van wetenschap & techniek’. Er is specifieke aandacht voor ‘individuele verschillen tussen kinderen’. Het gaat om biopsychologische factoren zoals jongens-meisjes verschillen en om psychosociale factoren die te maken hebben met gezin, buurt en school, verschillen tussen sociale groepen en verschillen in de cognitieve/emotionele/intellectuele stimulering door ouders en omgeving.

De VU ontwikkelt:
• diverse meetinstrumenten, onder andere voor het meten van talent, neurocognitief functioneren, attitudes ten opzichte van wetenschap en technologie, nieuwsgierigheid, observeerbaar gedrag en gedrag van leerkrachten en ouders.
• pedagogische en didactische interventies, die zijn bedoeld voor scholen, leerkrachten en ouders. Ze interventies verschaffen hen ‘de ogen en handen’ om elk individueel kind te geven wat het nodig heeft, en waarin rekening gehouden wordt met de neuropsychologische groei van ieder kind en de fase waarin het kind verkeert.
• materialen voor op school en thuis om talentontwikkeling (op het gebied van wetenschap en techniek) te stimuleren. Ouder en leerkracht krijgen een z.g. ‘Denkwijzer’ met handvaten en instructies voor gebruik. De materialen moeten:
- het kind nieuwsgierig maken, verwondering oproepen ‘Hè, hoe zit dat?’
- het kind motiveren om nadere vragen te stellen ‘Wat is het? Hoe werkt het?’
- het kind motiveren om onderzoekend antwoord te krijgen op die vragen.

Samenwerkingspartners
De VU werkt nauw samen met:
• honderden basisscholen, de meeste verzameld in scholenkoepels maar sommige ook apart
• tientallen scholen voor voortgezet onderwijs
• Pabo’s binnen vier hogescholen
• ouderverenigingen.

Publicaties
Wilt u meer lezen over talentontwikkeling?
Jelle Jolles schreef er een interessant boek over: Ellis en het verbreinen. Over hersenen, gedrag en educatie (ISBN 97890-75579-53-6).
Ook verscheen een aantal artikelen over dit onderwerp. Hier kunt u downloaden:
Brein en leren-Themanummer Platform Pabo (2012)
De onderzoekende leerkracht (2013)
Ik ben (g)een goede lezer (2013)
Lezen vergroot de wereld (2013)
Lezen voor je plezier (2013)

Meer artikelen zijn te vinden op http://www.jellejolles.nl/